Staat een safari hoog op je wensenlijstje of ga je binnenkort daadwerkelijk de natuur in om ’the big five’ te spotten? Dan neem je vast wel een camera mee op je reis. Safari fotografie is een vak apart, en een goede voorbereiding is geen overbodige luxe. In dit artikel vertelt Martin van Lokven meer over zijn jarenlange ervaring met het fotograferen van wildlife op safari.
Wie is Martin van Lokven?
Martin werkt al dertig jaar als professioneel fotograaf in Afrika en Azië en is in opdracht van National Geographic (Nederland), ANWB, reisorganisaties SNP Natuurreizen en All for Nature Travel op safari geweest in Zuid-Afrika, Botswana, Tanzania, India en Sri Lanka. Hij organiseert nu op eigen naam fotoreizen naar Tanzania. Kijk voor meer informatie op martinvanlokven.com.

Martin’s 10 beste tips voor safari fotografie
Tip 1: Leer over het gedrag van wilde dieren
Aan de basis van alle fotografie, ook natuurfotografie, staat kennis van je onderwerp. In het geval van safari fotografie is dat dus wildlife. Kennis van dierengedrag is belangrijk voor een fotograaf omdat je daarmee beter kunt inschatten wat er misschien gaat gebeuren. Als die leeuw begint te gapen en te likken kun je bijvoorbeeld beter nog maar even wachten met wegrijden.
Heb je die kennis zelf niet of onvoldoende, zorg dan dat je met een goede safari tour operator op pad gaat. Een goede gids aan het stuur is sowieso goud waard voor je ervaring én voor mooie foto’s! Vertel je gids ook dat je geen gewone toerist bent, maar een natuurfotograaf die perfecte plaatjes wil maken. Dan zorgt de gids ervoor dat jij op de juiste plek staat als het dier naar links of rechts gaat, of als de actie begint.

Tip 2: Kom dichtbij door een telelens
Twijfel je over de apparatuur die je mee moet nemen? Kies voor een objectief met een brandpunt van liefst minimaal 400mm, op basis van full frame. Heb je een crop-camera dan voldoet 300mm dus ook al, want die wordt dan minimaal 450mm.
Een zoomobjectief is ideaal, omdat je ook uit kunt zoomen om het dier desgewenst in het landschap weer te kunnen geven. Maar ook als het dier groot is of te dicht bij staat is uitzoomen heel handig. Als een olifant dicht bij de jeep staat, krijg je hem met 400mm nooit volledig in beeld. Kies dus bij voorkeur voor een brandpuntsafstand van 100-400mm, 200-500mm of 180-600mm.
Tip 3: Vele soorten vogels
Tijdens een safari zul je ook veel verschillende soorten vogels tegenkomen. Wil je deze mooi op de foto zetten? Let dan op de achtergrond en positie van een vogel op een tak. Wanneer ik een safari leid, laat ik de chauffeur weten wanneer precies te stoppen. Die vorkstaartscharrelaar of bateleur op een tak tegen de lucht is namelijk niet ideaal. Je foto wordt zonder belichtingscompensatie al snel te donker. En ook half op de rug of een tak in de achtergrond direct achter de vogel is niet ideaal.
Afhankelijk van de schuwheid probeer ik enerzijds zo dichtbij mogelijk te komen, anderzijds ook rekening te houden met de achtergrond en pose van de vogel. Een achtergrond anders dan de lucht is meestal mooier bij safari fotografie. Dus tijdens mijn fotoreizen let ik op een groene struik of boom achter de vogel, voor alle deelnemers. Om zo een uitgebleekte lucht of te donkere vogel te voorkomen. Heb je toch lucht erachter, weet dan dat je moet overbelichten om te voorkomen dat de vogel te donker wordt afgebeeld.

Tip 4: Voorkom onscherpe foto’s
Onscherpe foto’s worden meestal veroorzaakt door een te langzame sluitertijd in laag licht situaties. Dat is te voorkomen met een voldoende hoge ISO. Wanneer je ’s-ochtends vroeg begint met safari fotografie, staat de zon nog laag. Dan is het meestal nog schemerig en heb je een hogere ISO-waarde nodig voor een voldoende snelle sluitertijd. Stel je ISO dan in op een waarde waarbij je een sluitertijd van minimaal 1/125 sec hebt, liever nog sneller.
Heel handig is het om auto-ISO te gebruiken, waarbij de camera de ISO-waarde automatisch hoog genoeg houdt voor een snelle sluitertijd. Je kunt een bodemwaarde voor je sluitertijd instellen, bijvoorbeeld 1/125 sec. Komt de sluitertijd daaronder wordt de ISO automatisch verhoogd.
Lees ook: Beeldstabilisatie: voorkom bewogen en onscherpe foto’s

Tip 5: Gebruik de seriemodus
Schiet in seriemodus of burstmodus, zodat je camera meerdere foto’s achter elkaar maakt zolang je de ontspanknop ingedrukt houdt. Dit vergroot de kans dat je precies het juiste moment vastlegt én dat er een scherpe foto tussen zit.
Stel je voor dat je een leeuw fotografeert die begint te gapen, of een vogel die ieder moment kan wegvliegen. Met één foto moet je maar net geluk hebben dat je op het juiste moment afdrukt. Door meerdere foto’s snel achter elkaar te maken, vergroot je die kans.
Tip: Gebruik de seriemodus vooral wanneer je actie verwacht. Zo voorkom je dat je geheugenkaart onnodig snel vol raakt én dat je vele uren kwijt bent met het selecteren van de beste foto’s.

Tip 6: Stel je autofocus in op continu
Zet je autofocusmodus op continu, zodat je camera blijft scherpstellen wanneer het dier beweegt. Bij Canon heet deze functie Servo AF en bij Nikon en Sony kom je vaak de benaming AF-C tegen.
Wanneer je een olifant fotografeert die naar je toe loopt, verandert de afstand voortdurend. Met continue autofocus past je camera de scherpstelling hierop aan. Zo hoef je niet telkens opnieuw scherp te stellen, maar blijft de camera de scherpte bijstellen wanneer jij wacht op het perfecte moment. Ook in combinatie met de burst-modus is dit ideaal.
Let ook op het scherpstelgebied dat je gebruikt bij safari fotografie. Fotografeer je een dier tussen hoog gras of takken? Dan kan een kleiner scherpstelgebied handig zijn om te voorkomen dat je camera op de begroeiing scherpstelt. Probeer daarnaast zoveel mogelijk op de ogen van het dier scherp te stellen.
Tip 7: Maak gebruik van dier- en vogeldetectie
Heeft je camera dier- en vogeldetectie? Gebruik die dan! Veel moderne systeemcamera’s kunnen dieren herkennen en automatisch scherpstellen op hun ogen, kop of lichaam. Dit is vooral handig wanneer je snel moet reageren, bijvoorbeeld voordat een serval in het hoge gras verdwijnt. Je hoeft hierdoor minder tijd te besteden aan het handmatig verplaatsen van je scherpstelpunt en kunt je beter concentreren op de compositie.
Toch werkt deze functie niet altijd perfect. Vooral wanneer een dier gedeeltelijk verscholen zit achter takken of hoog gras, kan de camera moeite hebben met herkennen. Controleer daarom regelmatig of je camera op het juiste punt scherpstelt.

Tip 8: Je lens ondersteunen met een bonenzak
Gebruik een bonenzak als ondersteuning voor je objectief. Vooral bij zware teleobjectieven is dit een fijne manier om extra stabiliteit te krijgen en het verbetert je gebruiksgemak. Tijdens een safari fotografeer je vaak vanuit een jeep, waar een statief niet altijd praktisch is. Een bonenzak kun je eenvoudig op de rand van een raamopening of stevige reling leggen. Vervolgens laat je je objectief hierop rusten, waardoor je minder last hebt van trillingen.
Je kunt speciale bonenzakken voor safari fotografie kopen, maar ook zelf een stevige stoffen zak vullen met bijvoorbeeld rijst of gedroogde bonen. Een lege bonenzak meenemen en ter plaatse vullen scheelt bovendien gewicht in je bagage.
Tip 9: Bescherm je camera tegen stof
Tijdens safari fotografie krijg je regelmatig te maken met stof, vooral wanneer je in een open jeep over onverharde wegen rijdt. Bescherm je apparatuur daarom goed met een plastic zak of een fototas. Een plastic zak werkt vaak al prima als snelle bescherming tegen opwaaiend stof.
Ga je vaker op safari? Overweeg dan een fototas waarin je jouw camera met teleobjectief gemonteerd kunt opbergen, zoals de Think Tank Backlight Long Lens. Zo kun je snel reageren wanneer je onderweg een bijzonder dier tegenkomt.

Tip 10: Fotografeer op de mooiste momenten van de dag
Ga tijdens je safari vooral vroeg in de ochtend, liefst al voor zonsopgang, en later in de middag op pad. Op deze momenten zijn veel wilde dieren actiever en heb je bovendien het mooiste licht om te fotograferen.
Wanneer de zon laag staat, ontstaat er warm en zacht licht dat de kleuren van de natuur extra mooi naar voren laat komen. Ook de lange schaduwen kunnen je foto’s meer diepte geven. Midden op de dag is het zonlicht vaak een stuk harder, waardoor je sneller last krijgt van donkere schaduwen en grote contrasten.
Met deze 10 praktische tips van Martin van Lokven ga jij goed voorbereid je safari tegemoet. Nog geen safari in de planning, maar wel de wens om dit eens te doen? Check dan zeker even Martin’s website om te zien welke reizen hij momenteel aanbiedt.
Gastblog geschreven door Martin van Lokven – alle foto’s in dit artikel zijn gemaakt door Martin.



